HISTORISCHE LANEN

Foto's: Erwin Zijlstra.

De Gelderse landgoederen worden gekenmerkt door talrijke lanen: wegen aan beide zijden geflankeerd door een rij bomen. Bij een dubbele rij bomen aan weerszijden van de weg spreekt men van een allee.

 

Lanen functioneren als groene verbindingslijnen tussen belangrijke plekken op het landgoed en de wijdere omgeving. Lanen kwamen al voor in de middeleeuwen, al zijn ze vooral op grotere schaal planmatig aangelegd vanaf de zeventiende eeuw. De reden van aanleg verschilde. De bomenrijen dienden als markering en verfraaiing van de weg, vaak gaven ze de grens aan van een ontginning of een landgoed. Tegelijkertijd boden de bomen koelte en schaduw aan reizigers en gaven ze bescherming tegen wind en stuifzand vanuit aangrenzende woeste gebieden of fungeerden ze als brandvertragende laan in bossen. Veel gebruikte bomensoorten zijn beuk, eik, plataan, linde en populier. Soms komen ook lanen van notenbomen of fruitbomen voor. Lanen hadden niet alleen een meervoudige nutsfunctie. Ze vervulden als structuurdragers vooral een compositionele rol binnen de parkaanleg door het effect van symmetrie en perspectief te benadrukken. De laanstelsels benadrukken de eenheid van het grondbezit en illustreren het belang van het kasteel of buitengoed.

 

 

Daarnaast verschilden ook de breedte, het ontwerp, de ligging en de gebruikte boomsoorten van de lanen. Bij de verschillende typen lanen horen specifieke namen en kenmerken. Bijzonder zijn de zogenaamde koningswegen, de kaarsrechte over de Veluwe lopende wegen, die de verschillende jachtverblijven van stadhouder Willem III onderling zo kort mogelijk moesten verbinden. Hoofdlanen waren veelal breed van opzet en met dubbele bomenrij, terwijl de smallere dwarslanen enkelvoudig beplant waren. In sommige gevallen lijkt op het eerste oog een laan aanwezig te zijn, zoals bij de Schelmseweg in Arnhem, doch bij nadere bestudering in het veld blijkt dat het gaat om een weg tussen twee landgoederen met aparte bomenrijen ter markering van de individuele landgoedgrenzen, vaak met andere soorten bomen, afstanden e.d.

 

 

 

Met het oog op kansen voor de toekomst, is het raadzaam om de typen te onderscheiden, te inventariseren en te beschrijven. Wanneer voor de lanen met bijvoorbeeld hun breedte, oriëntatie, aantal bomenrijen, soorten boom, oorspronkelijke functie, bestrating en huidige situatie zijn beschreven, kan hieruit inspiratie opgedaan worden voor laanherstel en laanverjonging of de aanleg van nieuwe lanen.