ERFGOED EN DE WET

In de afgelopen jaren is gebleken dat een goede koppeling tussen cultuurhistorie en ruimtelijke ordening noodzakelijk is voor de instandhouding van ons erfgoed. Het merendeel daarvan is immers niet beschermd via Monumentenwet of gemeentelijke verordening. Het versterken van deze koppeling is een belangrijke doelstelling van Modernisering Monumentenzorg (MoMo). Daarom is in 2012 in het Besluit Ruimtelijke Ordening bepaald dat gemeenten expliciet rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden bij het maken van ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen en omgevingsplannen.

 

Dat kan alleen als je weet wat die waarden zijn. Het is daarom belangrijk dat gemeenten ter voorbereiding op ruimtelijke plannen beschikken over een evenwichtige inventarisatie. Het gaat dan om de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden en de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. De opsteller en vaststeller van het ruimtelijke plan is daarmee verplicht om breder te kijken dan alleen de archeologie, zoals tot 2012 het geval was. Ook de onderdelen historische (steden-)bouwkunde en historische geografie (“cultuurhistorie in het landschap”) worden nu meegenomen in de belangenafweging. Het gaat om alle erfgoed: zowel beschermd als onbeschermd. Een ‘minimumouderdom’ voor cultuurhistorie is niet voorgeschreven.

 

Meer informatie kunt u vinden in de Handreiking Erfgoed en Ruimte van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.