DE OMGEVINGSWET

Om het beleid over de vele aspecten van de ruimtelijke ordening in samenhang vorm te geven en te onderbouwen stellen gemeenten één of meer ruimtelijke structuurvisies op. Daarin verwoorden zij het ruimtelijk beleid in de gehele gemeente voor de middellange en lange termijn. Na de invoering van de omgevingswet (verwacht voor 2018) wordt de structuurvisie vervangen door de omgevingsvisie.

 

Voor een structuurvisie bestaan geen vormvereisten. Iedere gemeente kiest zelf hoe deze eruit ziet en hoe breed en gedetailleerd de opzet ervan is. Afhankelijk daarvan is er meer of minder aandacht voor zaken die betrekking hebben op landgoederen en buitenplaatsen. Denk aan onderwerpen als landschap, infrastructuur, landbouw, bosbouw, natuur, waterberging, recreatie en toerisme, erfgoed. Wanneer een gemeente een structuurvisie gaat opstellen, is het raadzaam om je als landgoed-eigenaar daarvan op de hoogte te stellen en zo nodig inbreng te leveren door aan te geven wat voor het landgoed van belang is en welke kansen er zijn voor instandhouding en ontwikkeling.

 

Over het algemeen kan gesteld worden dat in gemeenten die een specifiek beleid hebben ontwikkeld voor buitenplaatsen en landgoederen de processen voor landgoedeigenaren soepeler verlopen. Het belangrijkste instrument dat de gemeente heeft, is het bestemmingsplan.

 

Van bestemmingsplan naar omgevingsplan

Het bestemmingsplan is het voornaamste planologische instrument dat de gemeente heeft. Het bepaalt welk gebruik (van gebouwen en gronden) en welke bebouwingsmogelijkheden zijn toegelaten. In de regel vormen de huidige functie en het huidige gebruik uitgangspunt voor de geformuleerde bestemmingen. Bij landgoederen of buitenplaatsen is vaak sprake van een aantal functies, die ieder afzonderlijk bestemd zijn. Zo kan het hoofdgebouw de bestemming wonen hebben, terwijl een bijgebouw de bestemming agrarische bedrijfsbebouwing heeft en de omliggende velden en bossen de bestemmingen agrarisch en/of bos- en natuurgebied hebben.

 

Een bestemmingsplan bestaat uit drie onderdelen, plus vaak een groot aantal bijlagen.

  1. De verbeelding van het bestemmingsplan is een kaart die aangeeft waar welke (dubbel)bestemmingen en aanduidingen van toepassing zijn. Deze kaarten dienen tegenwoordig digitaal opgesteld te worden.
  2. In de planregels is per bestemming benoemd welke voorschriften er van toepassing zijn.
  3. Bij de kaart en de regels hoort een toelichting, waarin uitgelegd wordt op basis van welke uitgangspunten de verbeelding en de planregels zijn opgesteld.

 Een bestemmingsplan kan conserverend zijn. In dat geval zijn bestaande inrichting en gebruik vastgelegd. De omvang van mogelijke bouwwerken binnen het plan komt dan overeen met de huidige bebouwing. In ecologisch en/of cultuurhistorisch waardevolle gebieden is dat vaak het geval. Historische buitenplaatsen en landgoederen horen bijna altijd tot deze categorie.

Een bestemmingsplan kan ook ontwikkelingsgericht zijn. In dat geval biedt het plan ten opzichte van de huidige situatie vaak andere mogelijkheden voor gebruik, functie en bebouwingsomvang. Informatie over bestemmingsplannen en cultuurhistorie is te vinden op de website Handreiking Erfgoed en Ruimte.

 

In 2015 heeft de Tweede Kamer de Omgevingswet aangenomen. Deze wet, die in 2019 zal in gaan, herschikt en vereenvoudigt de regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening. De wet gaat over de fysieke leefomgeving: landschap, bouwwerken, infrastructuur, water, bodem, lucht, natuur en erfgoed. In het omgevingsplan wordt al het beleid op gemeentelijk niveau vastgelegd dat op de een of andere manier te maken heeft met de inrichting van de ruimte, zoals beleid op het gebied van (omgevings)veiligheid, gezondheid, milieu, infrastructuur en watersystemen, maar ook natuur en erfgoed. Het omgevingsplan moet, net zoals het bestemmingsplan nu zorgen voor een evenwichtige toekenning van functies aan locaties.

 

In het omgevingsplan worden de regels vastgelegd. Het samenhangende beleid wordt geformuleerd in de gemeentelijke omgevingsvisie. Dit wordt een beleidsdocument waarin op hoofdlijnen de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik en het beheer van het gemeentelijk grondgebied worden geschetst. De omgevingsvisie is de opvolger van de ruimtelijke structuurvisie, maar is breder van opzet. Hoe de omgevingswet en alle daarbij behorende stukken precies zullen gaan werken, zal in de loop van de komende tijd duidelijk moeten worden. In eerste instantie zullen alle bestaande bestemmingsplannen samen het nieuwe gemeentelijke omgevingsplan vormen.