DE WAARDE VAN EEN MONUMENT

In deze tijd van deregulering, decentralisatie en bezuinigingen – de woorden worden overigens vaak willekeurig door elkaar heen gebruikt – kunnen erfgoedzorgers niet vaak genoeg zeggen dat ‘hun’ monumenten, landschappen en archeologie ook geld opleveren.

 

En het is nog waar ook. Overheden en goede doelen ondersteunen de monumentenzorg. In tijden van economische crisis doet zich vaak de vraag voor of die investering wel de juiste keuze is.

 

 

Is het geen hobby voor de vette jaren, en kan het soms een onsje minder in de magere jaren? Dit blijkt niet het geval. Monumentenzorg levert juist geld op.

 

Erfgoed levert een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van de omgeving. En die kwaliteit is geld waard. Een pand tegenover een fraai monument is meer waard dan tegenover een doorsnee doorzonwoning. Zo levert één enkel monument soms hogere WOZ-waarden op voor een hele buurt. Een mooie omgeving draagt bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bewoners en bedrijven.

 

Investeringen in monumenten leiden tot forse aanvullende bestedingen, zo blijkt uit onderzoek. Een simpel voorbeeld: bij de restauratie van een pand wordt ook een nieuwe badkamer besteld en vloerverwarming aangelegd. Gemiddeld zorgt iedere euro die de overheid investeert in monumenten voor drie euro aanvullende investeringen, zo heeft het Nationaal Restauratiefonds laten zien.

 

Werk aan monumenten gebeurt door hoogwaardige ambachtslieden, meestal uit de directe omgeving, niet door multinationals die hun hoofdkantoor op de Amsterdamse Zuidas moeten betalen. Het is dus goed voor de regionale werkgelegenheid.

 

Een fraai cultuurlandschap met historische boerderijen, buitenplaatsen en kastelen, historische steden en dorpen en karakteristieke panden oefenen op veel mensen aantrekkingskracht uit. Erfgoed levert een belangrijke bijdrage aan toerisme en daarmee aan de horeca in een gemeente. Vergeet niet het belang van de eigenaar. Woonhuismonumenten dalen minder snel in waarde in tijden van crisis en de prijzen stijgen sneller bij opleving van de huizenmarkt. De investeringen om de karakteristieken in stand te houden zijn daarmee ontegenzeggelijk het geld waard.

 

Toeristen komen graag naar erfgoed kijken. Omgevingskwaliteit is een belangrijke factor bij de vestigingsplaatskeuze van bedrijven. Gemeenten hebben baat bij een hogere WOZ-waarde als gevolg van de nabijheid van erfgoed. Er zijn genoeg rapporten die de stelling dat aan erfgoed verdiend wordt met verve verdedigen, of het nu over bepaalde thema’s of over gebieden gaat. Dat is natuurlijk prettig. Het is fijn om een concrete bijdrage te leveren aan de inkomsten van een gemeente. Tegelijkertijd moet de waarde van erfgoed niet gereduceerd worden tot economische waarde. In dat geval kan omkering van het argument op de loer liggen: een monument waar moeilijk geld mee te verdienen is, is immers niet per definitie waardeloos. Deze waarde wordt wel eens aangeduid als intrinsieke waarde – al is dat een lastige term.

 

INTRINSIEKE WAARDE: Men bedoelt er eenvoudigweg mee te zeggen dat er gebouwen en structuren zijn die van waarde zijn om andere redenen dan dat ze leiden tot een positief saldo op de balans. Deze waarde is soms immaterieel. Het simpele feit dat een bekend schilder is geboren en getogen in een verder onbeduidend huis, verleent dat gebouw toch cultuurhistorische waarde. Soms vertelt het gebouw of de ondergrond iets over onze geschiedenis dat het onderzoeken en herinneren waard is zonder dat financieel gewin aan de orde is. Dat geldt bijvoorbeeld vaak voor archeologie.