WINDTURBINES IN HET LANDSCHAP

Windturbines, je ontkomt er niet aan en er zullen er nog veel meer bijkomen. De provincie Gelderland heeft met het Rijk afgesproken dat er in 2020 voor 230,5 MegaWatt (MW) aan windenergie wordt opgewekt. Eind 2015 had Gelderland deze doelstelling voor slechts 26 procent (59 MW) gehaald. Een belangrijke oorzaak hiervoor is dat de provincie de windplannen afhankelijk heeft gemaakt van draagvlak bij de gemeenten en dat windturbines , terecht of onterecht, veel weerstand oproepen.  

 

 

 

Draagvlak en samenwerking zijn steeds belangrijker om ruimtelijke plannen te laten slagen, zeker bij het ontwikkelen van een windpark. Belangrijk is een inhoudelijke visie te vormen vanuit ruimtelijke kwaliteit. Het verhaal waarom je windturbines waar wilt plaatsen en in welke vorm. De huidige generatie windturbines hebben een enorme impact op de beleving van ons (cultuur)landschap. Moderne windturbines met enorme draaiende wieken en een tiphoogte van 150-200 meter passen eerder in hoog-dynamische gebieden of landschappen zoals langs transportzones, infrastructuurlijnen, ontwikkelzones voor bedrijventerreinen en overige verstedelijkte gebieden. Rijdend over een snelweg en/of langs bedrijventerreinen kunnen de windturbines in deze dynamische zones een betekenisvolle extra laag vormen; een duurzaam energielandschap voor de toekomst.

 

Maar… ook al staan bovenstaande windturbines niet in de waardevolle landschappen, dan kunnen ze nog wel goed te zien zijn vanuit deze landschappen. Op een afstand van 1-5 km (5 tot 25 keer de tiphoogte) is uit onderzoek gebleken dat de windturbines duidelijk waarneembaar zijn. De toekomstige windturbines zijn landschapsoverstijgend omdat ze zo groot en hoog zijn en Gelderland  is landschappelijk zo divers en compact, dat op enkele kilometers van een windpark dat in een industrieel-  of langs een snelweg-landschap staat een waardevol landschap kan liggen. Gemeenten willen dan vaak weten of de windturbines vanuit het waardevolle landschap te zien zijn en of de belevingswaarde van het waardevolle landschap wordt verstoord.

 

Om deze vraag te beantwoorden zijn goede belevingsvisualisaties noodzakelijk om een objectief eenduidig beeld te geven. Goede belevingsvisualisaties zijn fotovisualisaties die niet alleen controleren of de windturbines wel of niet te zien zijn (zichtbaarheid), maar die ook een realistische ruimtelijke impact geven, als ware je in het veld staat. De toekomstige werkelijke belevingswaarde wordt zo goed mogelijk nagestreefd.

Indien windturbines (duidelijk) onderdeel zullen uitmaken van het landschapsbeeld van de waarnemer en de kernkwaliteiten van dit waardevolle landschap al is vastgesteld in beleid en hierdoor worden aangetast, dan zou plaatsing van de windturbines (vanuit landschappelijk oogpunt) ongewenst zijn, ook al staan de windturbines niet letterlijk in dit landschap.

 

Landschapsversterking op strategische plekken in waardevolle landschappen als kwaliteitsbijdrage bij windinitiatieven zou de weerstand tegen een windpark op enkele kilometers afstand kunnen verminderen. Dit vraagt om maatwerk. Dan ontstaat er een duidelijke win-win situatie: enerzijds de realisatie van een duurzaam energielandschap, anderzijds  wordt het waardevolle landschap verbetert door landschapsversterking. 

 

Beschermde stads- en dorpsgezichten

Windturbines zullen niet in beschermde Stads- en Dorpsgezichten worden geplaatst. Wel zijn er initiatieven waar een windturbine park op 3-5 kilometer van een beschermd Stads- en Dorpsgezicht worden gepland. Is dit erg? In eerste instantie lijkt 3-5 kilometer ver weg, zeker in een bebouwde omgeving. Echter, de (toekomstige) nieuwe generatie windturbines, met een masthoogte vanaf 100m en een tiphoogte tussen de 150 en 200m, zijn een stuk groter, dus hoger, dan de bestaande windturbines in Gelderland. De tiphoogte van alle bestaande windmolens in Gelderland is onder de 150m. Er zijn nu dus geen goede referentiebeelden in het veld waar te nemen.

 

De toekomstige windturbines zijn landschapsoverstijgend en kunnen mogelijk ook in de bebouwde omgeving te zien zijn. Het veelal kleinschalige straatbeeld van een beschermd stads- of dorpgezicht kan mogelijk worden verstoord in de smalle karakteristieke straten, als de as van de weg in het verlengde staat van een windturbine. Deze straatjes hoeven maar enkele honderden meters lang te zijn en dan zie je boven de bebouwing de wolkenluchten. Belevingsvisualisaties hebben aangetoond dat dan de diameter van de roterende wieken boven de daken (van circa 10m hoogte) kunnen uitsteken. Een toerist die zo’n beschermd stadje bezoekt zou al wandelend ineens geconfronteerd kunnen worden door draaiende wieken boven het cultuur-historisch stadsgezicht. 

 

 

Gelukkig is in de praktijk gebleken dat een enkel boom in of op het eind van de straatjes in het beschermd Stads-en Dorpsgezicht bepalend kan zijn of een windturbine wel of niet te zien is. Dit gold ook voor boomgroepen of laanbeplanting vlak buiten de begrenzing van het beschermde Stads en Dorpsgezicht. Voor de desbetreffende gemeente betekende dit dat ze met het verlenen van (toekomstige) kapvergunningen van desbetreffende bomen extra alert zullen zijn want met één enkele boom kan hun erfgoed behouden blijven.